Een anode is maar een klein blokje en toch beschermt het bijna al het metaal onder je waterlijn tegen corrosie. De grote vraag is welke boot anode je nodig hebt voor jouw boot. Dat wordt in de eerste plaats bepaald door het water waarop je vaart:
- Op zout water hoort zink.
- Op zoet en brak water hoort aluminium, en dat werkt eigenlijk in elk water.
- Op schoon zoet water hoort magnesium.
In dit artikel ontdek je waarom die indeling klopt, hoe galvanische corrosie ontstaat, hoeveel anodes je nodig hebt en waar je bij het monteren en vervangen op moet letten.
Wat doet een anode op je boot?
Je schip zit vol metaal: denk aan de schroef, de schroefas, het roerblad, de kiel, de doorvoeren en soms de romp zelf. Onder water knaagt corrosie langzaam aan al dat metaal. Een anode, ook wel opofferingsanode of offerblok genoemd, houdt dat tegen. Omdat hij van een onedeler metaal is gemaakt dan de rest van je onderwaterschip, vreet de corrosie zich eerst in de anode. Hij geeft zichzelf op om de andere metalen te beschermen, en daar komt de naam vandaan.
Hoe ontstaat galvanische corrosie?
Op het moment dat twee verschillende metalen samen onder water liggen, bouwt zich tussen die metalen een potentiaalverschil op. Ze vormen dan samen een soort accu: een galvanische cel. Daardoor gaat een lichte elektrische stroom lopen, en het minst edele metaal raakt daarbij materiaal kwijt. Dit hele proces heet galvanische corrosie, oftewel elektrolyse.
Niet het edele, maar het onedele metaal krijgt de klappen. Door er expres een anode van een uitgesproken onedel metaal bij te zetten, stuur je de aantasting naar de anode in plaats van naar je schroef of schroefas. Haal je anode en kathode weleens door elkaar? Het woord KNAP helpt: Kathode Negatief, Anode Positief.
Welke anode bij welk water: zink, aluminium of magnesium?
Welk metaal het beste werkt, hangt af van je vaarwater. De elektrische weerstand en de geleidbaarheid van zoet, brak en zout water verschillen namelijk aanzienlijk.
Zinkanode: voor zout water
Vaar je op zout water, dan zit je goed met een zinkanode. In het goed geleidende, zoute milieu komt zink helemaal tot zijn recht. Op zoet water valt de werking van zink juist tegen, want het wordt min of meer traag, en daar pak je dus beter een ander metaal.
Aluminium anode: voor zoet, brak en eigenlijk alle wateren
Aluminium is de veelzijdige tussenoplossing. Het potentiaalverschil tussen aluminium en de andere metalen aan boord is groter dan bij zink, en dat komt goed uit omdat de weerstand in zoet water nu eenmaal hoger ligt. Daarmee is aluminium uitstekend voor zoet en brak water, en het draait ook in zout water gewoon mee. Het enige nadeel: in zout water gaat het wat sneller op dan in zoet.
Magnesium anode: voor schoon zoet water
Van de drie metalen is magnesium het meest actief; op schoon zoet water beschermt het zelfs nog een tikje beter dan aluminium. Maar het is zacht en verbruikt snel. In zout water is het na een paar weken zo goed als verdwenen, een echte bruistablet. Kies magnesium daarom uitsluitend wanneer je boot, sloep of motor met enige regelmaat uit het water komt en hoofdzakelijk op zoet water ligt.
Welke anode op welk type boot en aandrijving?
Behalve het water zijn ook de positie van de anode en de manier van liggen van belang:
- Buitenboordmotor en staartstuk: meestal een klein anodetje vlak bij de schroef. Bij de buitenboordmotor gaat de vuistregel zonder uitzondering op: zout = zink, zoet = aluminium.
- Binnenboordmotor, sterndrive en saildrive: ook hier laat je het metaal door het water bepalen. Een saildrive met een zeewaterbestendige aluminium legering krijgt vaak zinkanodes, terwijl op zoet water aluminium of magnesium logischer is.
- De romp, kiel, roerblad en doorvoeren: een aluminium of stalen romp krijgt meerdere anodes, verspreid onder de waterlijn. Bij een polyester romp volstaat bescherming op de metalen onderdelen (schroefas, schroef, kiel).
Wat het zwaarst weegt, is het water waarin je boot het grootste deel van de tijd stilligt. Ligt hij op de trailer en komt hij maar af en toe te water (minder dan een maand of vier), dan is magnesium een goede keus. Blijft hij langer in het water, neem dan aluminium.
Hoeveel anodes heb je nodig en hoe zwaar?
Hoeveel anodes je nodig hebt, schaalt mee met de grootte van je onderwaterschip. Voor een sloep met buitenboordmotor is één kleine anode bij de schroef genoeg. Bij een boot van een meter of tien heb je er meerdere nodig, netjes verdeeld onder de waterlijn, bijvoorbeeld drie aan elke kant.
Wil je het exact berekenen? Reken dan eerst het natte oppervlak uit:
Lengte waterlijn × (breedte + diepgang) = natoppervlak in m².
Voor zinkanodes ga je daarna ongeveer uit van:
- tot 30 m²: 4 zinkanodes van 2 kg
- tot 60 m²: 8 zinkanodes van 2 kg
- tot 90 m²: 12 zinkanodes van 2 kg
Voor een stalen roerblad plaats je aan beide zijden een anode van 1 kg, met daarbij een paar anodes in de buurt van de schroefas. Werk je met aluminium anodes, dan kun je bij hetzelfde oppervlak ongeveer de helft van het gewicht aanhouden.
Anodes monteren: zorg voor goed elektrisch contact
Een anode functioneert alleen als hij goed elektrisch verbonden is met het metaal dat hij moet beschermen. Precies op dat punt gaat het geregeld fout. Houd daarom rekening met het volgende:
- Maak blank, schoon metaalcontact: tussen de anode en de bouten of laspunten hoort geen verf, antifouling of roest te zitten.
- Werk nooit antifouling of verf over de anode heen, want dan ligt zijn werking stil. Onthoud bovendien dat antifouling de romp niet isoleert; daar heb je een degelijk verfsysteem voor nodig.
- Twijfel je aan het contact? Pak een multimeter: zet één pen op de anode en één op het te beschermen deel. Meet je veel weerstand, loop dan de montage na. Bij aluminium is dat extra opletten, omdat aluminiumoxide geen stroom doorlaat.
En pas op: een te groot of te sterk werkende anode kan je verfsysteem juist beschadigen door overbescherming. Meer is dus lang niet altijd beter.
Welke anode bij een gemengd vaargebied (zout én zoet)?
Veel watersporters liggen een gedeelte van het jaar op zout water en de rest op zoet, bijvoorbeeld ’s zomers op de Oosterschelde en ’s winters op de Maasplassen. Waar kies je dan voor?
In de praktijk komt zink er voor zo’n gemengd vaargebied vaak als handigste uit. Op zoet water werkt zink wat minder hard, maar het redt het wel, terwijl aluminium of magnesium op zout water veel te snel opraakt. Zo voorkom je dat je bij elke wisseling de boot moet laten kranen om de anodes te vervangen. Houd alleen het te beschermen metaal in het oog: zink is edeler dan puur aluminium, dus bij een aluminium saildrive of romp gelden andere spelregels. Laat je daarover apart adviseren.
Let op zwerfstromen en je ligplaats
Corrosie hoeft niet altijd van je eigen boot te komen. Op je ligplaats kunnen zwerfstromen je onderwaterschip aantasten:
- Een stalen buurboot, stalen damwanden of met koper verduurzaamd hout kunnen via het water op jouw schip inwerken.
- Een walstroomaansluiting zonder galvanische scheiding kan corrosie versterken.
- Kies schone landvasten van nylon of polypropyleen, zodat je nergens onbedoeld elektrisch contact met de wal maakt.
Bij een geïsoleerde rvs schroefas kan de asanode verrassend hard verdwijnen. Een zogenoemd sleepcontact sluit dan de stroomkring en neemt het probleem weg.
Wanneer moet ik een anode vervangen?
Wissel een anode zodra hij voor ongeveer de helft tot tweederde is opgeofferd. Wacht niet tot er bijna niets meer over is, want een opgebruikte anode biedt geen bescherming meer. Staat je boot al droog voor de winterstalling? Benut dat moment dan om de anodes gelijk te vernieuwen. Houd er daarbij rekening mee dat de werking na een seizoen afneemt, ook al ziet de anode er nog acceptabel uit. Jaarlijks even controleren is dus aan te raden.
Veelgestelde vragen
Welke anode heb ik nodig voor zout water?
Een zinkanode. Aluminium kan eveneens, maar raakt in zout water sneller op.
Welke anode heb ik nodig voor zoet of brak water?
Op brak en zoet water is een aluminium anode de beste allrounder. Op schoon zoet water doet een magnesium anode het nog iets beter, al verbruikt die sneller.
Wat is het verschil tussen zink, aluminium en magnesium?
Ze verschillen in edelheid. Magnesium is het meest actief (zoet water), aluminium zit er tussenin (alle wateren) en zink presteert het best op zout water.
Mag ik antifouling of verf over een anode aanbrengen?
Nee. Verf of antifouling isoleert de anode, waardoor hij zijn werk niet meer kan doen.
Welke anode op een aluminium boot of saildrive?
Bij een aluminium romp of saildrive komt het nauw, want de legering speelt mee. Meestal gebruik je zinkanodes op zout water en aluminium of magnesium op zoet. Laat je hierover apart voorlichten.
Hoeveel anodes heb ik nodig?
Reken het natte oppervlak uit met lengte waterlijn × (breedte + diepgang) en houd voor zink ongeveer 4 anodes van 2 kg per 30 m² aan. Bij aluminium ongeveer de helft van het gewicht.